Everything you know is wrong.

Een dikke vinger naar het kapitalisme

Afgelopen donderdag was het weer eens zo ver. Na mijn trein te hebben gemist moest ik een half uur spenderen op het leukste station van Nederland: Utrecht CS. De enorme stationshal die alle grote drijvers van ons kapitalistische systeem met verve vertegenwoordigt blijft toch een plek waar het leven altijd leuk is.

Een paar pubers had voor de grap 5 klodders hondenpoep of satésaus op de grond gegooid. Op het moment dat er dan iemand in gaat staan lachen ze zich kapot. Hoogtepunt van hun avond is als iemand uitglijdt en vol met z'n tanden in de stenen vloer van het station blijft staan. Geweldig toch?

Om dan nog maar te zwijgen van de hygiëne die Grand Café De Tijd uitstraalt. Terwijl een stel opgeschoten studenten de toko sluiten en de deuren op slot doen zie ik drie muizen keihard door die zaak rennen. Nu kan het namelijk. Licht in de zaak nog aan, bijna geen kans dat er iemand op je grijze koppie gaat staan en rennen als een malle. Ik snap dat best van die beestjes.

Vlak naast spoor 14 en 15 vind je de fastfoodketen waar ze je alleen helpen als de rij langer dan 3 personen is. Zo werkt dat daar. Maar daar moeten we gewoon niet zo over zeiken. Alle hamburgerbakkers achter de balie moeten namelijk al hartstikke veel tegelijk doen. Dan kunnen wij best even op ons eten wachten. Dat deden ze in de oorlog tenslotte ook. En daarnaast kan je nog eens een goed gesprek hebben in de rij met je buurman. Fastfood verbroedert namelijk als niets anders.

Er gaat niets boven het openen van dat papiertje en samen die dampende Whopper, inclusief de bruine sla en de kleffe kaas, naar binnen te werken. Om daarna elkaar aan te kijken en te ontdekken dat je allebei meer saus rond je mond hebt zitten dan dat je baardgroei hebt. Om je handen lekker af te vegen aan je broek en om je op te maken voor het hoogtepunt van het fastfood principe: het zelf opruimen van je dienblad! Samen moeten we de wereld tenslotte een betere plek maken. En eten weggooien dat kunnen we best zelf. Hebben we heus geen anderen voor nodig.

Uit pure verveling ging ik maar eens voor het grote blauwe bord staan om te kijken of ik nog vrienden zag die stiekem aan het daten waren. Zonder dat ze het aan iemand hadden verteld. Als ik ze zou betrappen zou ik ze lekker voor het blok gaan zetten. Zoiets vragen als: "En, heeft 'ie nog gezegd dat je ogen een weerspiegeling van de vreugde van het leven waren? Ja? Leuk. Hoe ik dat weet? Dat heb ik hem geleerd. Heeft 'ie tegen al z'n exen gezegd. Werkte gegarandeerd". Dat verhaal.

Maar niets kan tippen aan wat ik die donderdag heb uitgevonden. Niets is leuker dan dit. Het gaat als volgt:
Je laat je verleiden door de grote advertenties bij de Albert Heijn to Go. Drie stukjes appel voor vijf euro. Zoiets.

Je laat je bevangen door dat groteske gevoel dat het kapitalisme ons kan geven: geld uitgeven is het mooiste wat er is. En terwijl dat gevoel aan alle kanten aan je trekt loop je langzaam richting de deur van de Albert Heijn. Je hart gaat sneller kloppen, de endorfine wordt aangemaakt als een malle. Jij hebt tenslotte de macht om geld uit te geven, gewoon omdat je je verveelt. Hoe fijn is dat. Heel veel mensen kunnen dat namelijk niet. Die hebben lang niet zo hard gewerkt als jij. Je wordt blijer en blijer. Jij hebt dit verdiend, gewoon om wie je bent. De wereld is even perfect zo. Geld maakt niet gelukkig, maar het is toch wel heel fijn om te hebben en om zo over de balk te gooien. Nee, die straatkrantverkoper geef je sowieso niets. Had 'ie maar een vak moeten leren. Alles is voor jezelf.

En dan, op een meter van de deur... Draai je je om, loop je weg en denk je nooit meer terug aan de Albert Heijn.